Rekenkamerrapport “Mijnwater – Aanboren van een potentieel”, een waardeloos rapport?

Recentelijk heeft de Rekenkamercommissie Parkstad in opdracht van de gemeente Heerlen een rapport opgesteld waarin het Mijnwaterproject kritisch tegen het licht gehouden wordt. Dit rapport heeft al tot de nodige commotie geleid binnen politiek Heerlen (zie bijvoorbeeld hier en hier) en zal dit ongetwijfeld tijdens de behandeling van de tweede termijn weer doen.

Dit soort rapporten dient beschouwt te worden als een getuigenis van een expert. Immers zo’n rapport wordt gemaakt als de beoogde lezers, gemeenteraadsleden en collegeleden, zelf onvoldoende expertise hebben om de situatie te beoordelen. Er dient dan ook blind op vertrouwd kunnen worden dat het rapport van de eerste tot de laatste letter correcte informatie bevat; feiten juist weergeeft, conclusies goed onderbouwd etc. Van de opsteller van zo’n rapport mag verwacht worden dat hij/zij met de juiste mensen praat, de juiste bronnen raadpleegt, goed literatuur onderzoek verricht (indien nodig) en wat dies meer zij. Mocht blijken dat er onzorgvuldigheden of fouten in zo’n rapport zitten dan ondermijnt dat de betrouwbaarheid van het gehele rapport, juist omdat de lezers niet over de expertise beschikken om de inhoud van het rapport op juistheid te beoordelen. Het rapport wordt in zo’n geval waardeloos.

Mijn blik werd getrokken door paragraaf 4.6.1. “Mijnwater als aanjager voor de markt van nieuwe alternatieve energie (netwerkexternaliteiten en nieuwe bedrijfseconomische inzichten in de tijd)” niet alleen vanwege de enorm lange titel, maar ook omdat ik enig verstand heb van netwerkeconomieën. Aan deze netwerkexternaliteiten worden de eerste twee paragrafen gewijd.

“Met het aanleggen van de putten en de leidingen voor mijnwater is een infrastructuur aangelegd en is een netwerkexternaliteit ontstaan die voor meerdere alternatieve en duurzame vormen van warmte/koelte kan dienen. Maar dan moet het netwerk wel zodanig van aard zijn, dat dit ook verbonden kan worden met energiebronnen van derden, zoals warmtekrachtcentrales, biomassacentrales en andere vormen van transport van water waarin energie aanwezig is.”

Wat bedoelt de auteur hier te zeggen? Het begrip netwerkexternaliteit, dat elf keer in de tekst voorkomt (en een keer los als externaliteit) wordt nergens uitgelegd. Begrijpt de beoogde lezer dit wel? De manier van gebruik, hier en ook verder in de tekst, wekt bij mij de indruk dat de auteur zelf ook niet goed weet waar hij het over heeft. Achterhalen wat precies bedoelt wordt, wordt bemoeilijkt door het ontbreken van enige literatuurverwijzing.

Laten we verheldering zoeken in literatuur. Hierbij dient er eerst verhelderd te worden dat er twee begrippen zijn die door elkaar gebruikt worden. Network Externality en Network Effect, beiden worden gebruikt met min of meer dezelfde betekenis (al zijn er pogingen tot diffrentatie1)

Wat stelt verschillende literatuur;

“If consumers of a particular good care about the number of other consumers that consume the same good, that good is subjected to network effects. The telephone, through hardly a new technology, is an obvious example. Your telephone is more valuable to you if many other people have telephones.”2

“There are many products for which the utility that a user derives from consumption of the good increases with the number of other agents consuming the good.”3

“[T]he marginal social benefit of one more person joining the “network” is grater than the marginal private benefit.”4

“There may be a direct “network externality” in the sense that one consumer’s value for a good increases when another consumer has a compatible good, as in the case of telephones or personal computer software.”5

De literatuur laat zien dat de term network externatlity of network effect duidt op het effect dat het gedrag van consumenten heeft op de waarde van een goed of dienst voor andere consumenten. Maar dit lijkt de auteur van het Mijnwaterrapport hier niet te bedoelen.

De auteur van het Mijnwaterrapport lijkt niet geheel te weten waar hij het over heeft, althans zijn gebruik van de term netwerkexternaliteit is niet te rijmen met de geraadpleegde literatuur. Achterhalen wat precies bedoelt wordt, wordt bemoeilijkt door het ontbreken van enige literatuurverwijzing.

Een netwerk kan ook positieve producenten externaliteiten hebben (deze noemen we echter geen netwerkexternaliteiten). Zo is het aansluiten van het eerste huis op een stroomnetwerk is heel duur, het huis ernaast aansluiten kost, in verhouding, bijna niets. Vandaar dat dit soort netwerken over het algemeen beginnen op plekken met een grote dichtheid van potentiële klanten6. Zodra de volgende verbinding zich weer ver van de bestaande verbindingen bevind, wordt het weer enorm kostbaar om deze toe te voegen. Zou dit zijn wat de auteur bedoelt?

Juist dit effect, veroorzaakt door de positieve producenten externaliteiten, dienen benut te worden in het mijnwater project. Er ligt nu een goede infrastructuur, laten we bouwwerken hier aangelegen, of hier dichtbij gelegen, aansluiten. (zie ook mijn brief aan de raad)

De paragraaf gaat verder;

“Bij het creëren van (extra) toegevoegde waarde in een netwerk, gebruik makend van de zogenoemde netwerkexternaliteiten, gaat het om het aantal potentiële verbindingen tussen vragers en aanbieders, die door de aanleg van een netwerk kunnen ontstaan. Bij één aanbieder en één vrager is er nog geen sprake van een netwerk, doch van een enkelvoudige relatie. Als het netwerk meer vragers en meer aanbieders met elkaar in contact kan brengen, kan dit leiden tot meer mogelijkheden voor producten en diensten. Bijvoorbeeld, het internet is de ultieme vorm van een dergelijk netwerk tegen bijzondere lage kosten. Een netwerk voor het transport van koelte en warmte zou dat ook kunnen zijn. Dat wil zeggen dat een grote kracht van het Mijnwaterproject kan liggen in de mate waarin haar infrastructuur kan dienen voor meerdere energieleveranciers die meerdere afnemers kunnen bedienen. Omdat het Mijnwaterproject tot nu toe met één product slechts een zeer beperkt aantal klanten aanspreekt, zijn de eigenlijke netwerkeffecten van het Mijnwaterproject zeer gering. Deze hebben geen plaats in een maatschappelijke kosten-baten analyse.”

Laat me beginnen door de onjuistheid van de eerste zin aan te stippen. Nee, het gaat niet om het aantal verbindingen en vooral niet tussen POTENTIËLE verbindingen tussen vragers en aanbieders. Dat is absoluut niet wat een netwerkexternaliteit is, zelfs niet als we zo vrij zijn producent externaliteiten hierbij te reken.

Ook de vergelijking met het internet gaat om een aantal simpele redenen niet op;

  1. Waar het netwerk voor het Mijnwater project een speciaal hiervoor aangelegd netwerk is, bestaat het internet uit aan elkaar verbonden netwerken, die, vooral in de begindagen, dus al bestonden. Indien het Mijnwaternetwerk verbonden wordt met het stadsverwarmingsnetwerk zouden we kunnen spreken van een soort warmte-internet (al zal het stadsverwarmingswater moeten worden gekoeld en het mijnwater moeten worden verwarmd bij verplaatsing tussen beide netwerking)
  2. De infra-structuur waarover internet diensten aan huis geleverd worden is ook een bestaande infrastructuur die gebruikt wordt voor telefoon of tv (tot we overstappen op glasvezel), uitzondering zijn groot gebruikers, die een aparte, zware, verbinding nodig hebben. Om extra internet aansluitingen te realiseren hoeven er geen extra kosten gemaakt te worden, tot het maximum aantal aansluitingen voor een centraal punt bereikt is, hierna moeten er weer grote kosten gemaakt worden. Ook dit is niet het geval bij het Mijnwater netwerk, per aansluiting is een fysieke uitbreiding van het netwerk nodig en worden er dus kosten gemaakt
  3. Mogelijk het belangrijkste verschil; Er kan maar een soort dienst door het Mijnwaternetwerk geleverd worden, namelijk energie verpakt in water, met als doel een gebouw (of iets anders) te verwarmen of te koelen. Een netwerk waarover heen data verstuurd wordt kent veel meer toepassingen, zo is internet bankieren iets wezenlijks anders dan een verjaardagsemail versturen, echter het signaal is hetzelfde.

Hoewel de infrastructuur kan dienen voor producten van meerdere producenten, zal dit product hetzelfde zijn, namelijk koelings- en/of verwarmingspotentie verpakt in water. De manier waarop deze potentie in het water gestopt wordt kan uiteraard wel verschillen. Dit kan via mijnwater, maar ook met een bioenergie-centrale of restwarmte van een industrieel complex. Ook conventionele energie opwekking, zoals gebeurt bij de stadsverwarming, is mogelijk.

Een claim dat er een netwerk gelijk aan het internet gecreëerd wordt is met geen mogelijkheid te staven en, mijns inziens, getuigend van weinig kennis van zaken.

Conclusie
In hoofdstuk 4.6.1 zitten, zoals hierboven getoond, onjuistheden. De aard van het rapport leidt ertoe dat het hele rapport met een korrel zout genomen moet worden. Er is niet aangetoond dat er op andere plekken in het rapport onjuistheden zitten, dat zou kennis van alle behandelde thema’s vragen.

Hoewel er nu niet is aangetoond dat het volledige rapport onjuist is, kan er niet meer aangenomen worden dat de rest van het rapport wel volledig juist is. Hierdoor verliest het rapport zijn waarde in een discussie, immers iedere claim zal gestaafd moeten worden. Aangezien zowel de raad als het college niet zelf over de benodigde kennis beschikt, zal er extern kennis aangetrokken moeten worden. Kortom een rapport over het rapport is nodig om het rapport te toetsen, het Rekenkamerrapport (b)lijkt dus waardeloos te zijn

Nawoord
Persoonlijk geloof ik in de kracht van het mijnwater project, echter er moet doorgepakt worden. Nieuwe aansluitingen moeten gerealiseerd worden, het liefst zo dicht mogelijk bij bestaande aansluitingen. Dan zijn de kosten per aansluiting namelijk gering. Denk aan het Maankwartier en Schinkelkwadrant! Deze uitbreiding is niet alleen van belang indien de gemeente, of een door de gemeente opgerichte rechtspersoon, het project blijft uitbaten, maar ook voor een eventuele verkoopbaarheid van het netwerk.

  1. zie bijvoorbeeld Liebowitz, S.J. & Margolis, S.E. (1999) Winners, Losers & Microsoft; Competition and Antitrust in High Technology. The Independent Institute, Oakland.
  2. Liebowitz, S.J. & Margolis, S.E. (1999) Winners, Losers & Microsoft; Competition and Antitrust in High Technology. The Independent Institute, Oakland.
  3. Katz, Michael L., and Carl Shapiro (1985) “Network externalities, competition, and compatibility” American Economic Review, 75:3, pp 424-40.
  4. Pindyck, R.S. (2011) Lecture Notes on Network Externalities, Sloan School of Management, MIT
  5. Farrell, J. and Saloner, G. (1985) “Standardization, Compatibility, and Innovation”, The RAND Journal of Economics, 16:1, pp 70-83
  6. Zie onder andere Hughes T.P. Networks of Power: Electrification in Western Society, 1880-1930¸ Johns Hopkins University Press, Baltimore
About these ads

Tags: , , ,

7 Reacties to “Rekenkamerrapport “Mijnwater – Aanboren van een potentieel”, een waardeloos rapport?”

  1. Simon Says:

    Aardig stukje, Maarten. Echter een Rekenkamer(commissie) werkt niet in opdracht van een gemeente, want zij is geheel onafhankelijk, ook voor deze rapportage. Hoop niet dat door deze onjuistheid je gehele stuk nu ook waardeloos is.

    • Maarten van Wesel Says:

      Beste Simon,

      De formulering had scherper gekund, maar er is een verzoek gekomen van de gemeente Heerlen (of beter van uit de gemeenteraad) waarna jullie je onderzoek doen. Het is niet zo dat er iemand van de rekenkamer waker werd en dacht ‘laat ik het mijnwaterproject eens nader bestuderen’. Het zou mogelijk wel goed zijn als er ook op deze manier zaken tegen het licht worden gehouden.

      Daarnaast is natuurlijk de status van dit stuk heel anders dan van een stuk afgeleverd door de rekenkamer, waar op (politieke) keuzes worden gebaseerd.

      Mijn stuk is, in deze, sowieso al waardeloos, dat wil niet meer en minder zeggen dan dat het zonder waarden is.

      mvg,

      Maarten

      P.s. In mijn optiek zou het opnemen van referenties zeer verhelderend kunnen werken.

      • simon Says:

        Dag Maarten,

        Het aardige was dat er een patstelling was tussen gemeenteraad en college van B&W met betrekking tot dit onderzoek na de aangenomen motie daarover. Toen heeft de Rekenkamercommissie Heerlen gezegd dat zij het dan wel met eigen middelen en binnen het eigen onderzoeksprogramma zou opnemen. Probleem financieel opgelost en aan de slag.

        Eerder namen we inderdaad referenties op in de rapporten. Werkte niet echt lekker voor de gemeenteraden, omdat de rapportages daardoor in hun opzicht afstandelijker werden en minder aansluiten bij hun mindset. Een belangrijke les om het later anders te doen, zoals in Mijnwater. Wetenschappelijk is het dan allemaal veel lastiger traceerbaar, doch paragraaf 4.6.1. is vooral gebaseerd op Harvey Rosen, Public Finance (door mij op de OUNL als UHD altijd gebruikt) en de werken van Dik Wolfson (voormalig hoogleraar Openbare Financiën EUR). Rosen heb je wellicht ook gehad in je studie aan de UM bij Prof Backhaus mijn promotor.

        Belangrijk bij Rekenkamerwerk is dat je één en ander altijd in de (politieke) context van alle dag moet plaatsen en dat is een aparte kunst. Zeker als je hebt over de combinatie van marktfalen (alternatieve energie) en daarna (overheidsfalen), de inrichting van PPS-en (managementkwaliteit) en de positieve effecten die het gebruik van de ene gebruiker van mijnwater meebrengen voor de andere gebruiker. Of de gebruikers van biomassa, die gebruik gaan maken van het buizenstelsel van mijnwater. De externe effecten van het netwerk (public finance definitie) of zoals je wellicht kan zeggen de buizeninfrastructuur zorgen er voor dat de kosten-baten analyse van wel of geen mijnwater iedere keer weer opnieuw berekend moeten als er een nieuwe klant is. Vandaar dat het aanstippen van deze paragraaf in het rapport als heel wezenlijk is voor het succes van mijnwater, of een gehele infrastructuur van alternatieve energie in Parkstad. In ieder geval is er over gesproken en wordt er over deze paragraaf nagedacht, En dat alleen al is grote winst. En niet alleen voor Mijnwater

        groetjes,

        Simon

  2. Max Pool Says:

    Prachtig geschreven. En dit bewijst nu nog meer dat het niet rendabel kan worden.

  3. Maarten van Wesel Says:

    Beste Simon,

    Raar dat het college niet gewoon het verzoek van de raad uitvoert, dat is namelijk wat ze zou moeten doen, eventueel gepaard gaande met een door de raad goedgekeurde begrotingswijziging. Maar a fine, ik ging af op de zin “anleiding voor de gemeenteraad om de Rekenkamercommissie Heerlen te vragen een onderzoek uit te voeren naar de risico’s en de geldstromen in het Mijnwaterproject.”

    Ik kan me voorstellen dat bepaalde referentie stijlen storend kunnen zijn, maar bij een numerieke stijl lijken mij de eventuele voordelen wel op te wegen tegen nadelen.

    Ik ben helaas niet bekende met de door jou aangehaalde auteurs. Tijdens mijn studie heb ik mij niet bezig gehouden met public finance, maar met o.a. network-economics, social choice theory, information econices ed. Prof. Backhaus is, sinds een jaar of 10, niet meer werkzaam bij de UM.

    Ik zie niet welke Netwerk Externaliteiten er zijn, ik zie wel Externaliteiten, maar deze staan los van het netwerk. Mag ik informeren door welk effect waarde van deelname aan het netwerk, voor afnemers, toeneemt als er een andere afnemer bij komt?

    Mvg,

    Maarten

    • Simon Says:

      Dag Maarten,

      Met een kleine vertraging.

      Als we kijken naar de verschillende externaliteiten, dan hebben we aan de ene kant de externaliteiten, die meer in het consumentendomein liggen. Daarbij heb je het in theoretische termen over het consumentensurplus (zoals de mooie bloemen in de voortuin, die de voorbijganger vreugde geven), maar speelt ook het vraagstuk van vele gebruikers, die met elkaar een netwerk met betrekking tot het gebruik van bepaalde (collectieve) goederen.Dat komt denk ik uitgebreid aan de orde in de information economics.

      De externaliteiten die ik beschrijf hangen meer samen met het verminderen van de transactiekosten in een b2b-markt. Markten zijn plaatsen waar vraag en aanbod samenkomen. Doch om die samenkomst te organiseren moeten markten wel eerst ingericht worden. Er worden bepaalde spelregels bepaald, bijvoorbeeld door het privaatrecht met betrekking tot een overeenkomst, mededingingsrechts of in fysieke zin met behulp van een marktmeester die bepaald hoe groot jouw stalletjes mag zijn en waar jij staat.

      Daarnaast kost het tijd (opportuniteitskosten) en moeite (transactiekosten) om vraag en aanbod te laten samenkomen. Immers, als ik op de markt in Keulen iets wil kopen, kost mij dat een uur reistijd en 20 euro benzine, en nog meer tijd als er niet een snelweg zou liggen. In het Mijnwaterproject spelen vooral de transactiekosten van de markt een belangrijke rol. Immers binnen het Mijnwaterproject heb ik te maken met een markt, die deels door het project wordt gecreëerd. Door de aanleg van buizen is een basisinfrastructuur gemaakt, die de transactiekosten van die partijen die in de buurt liggen van de buizeninfrastructuur duidelijk doet verminderen. Ligt dat netwerk niet in jouw buurt, dan is er ook geen markt voor Mijnwater voor jou. De buizeninfrastructuur is heel duur om aan te leggen, maar als door het gebruik van mijn buurman bijvoorbeeld 400 meter buis extra aangelegd wordt, dalen mijn transactiekosten omdat de markt letterlijk en figuurlijk dichterbij is gekomen. Bijvoorbeeld als vanaf de N281 de buizeninfrastructuur in de richting van de Valkenburgerweg gaat (Arcus nieuwbouw), dan ontstaat er voor meerdere partijen de mogelijkheid van medegebruik. Dit noemen we in de openbare financiën het vraagstuk van de non-rivaliteit en is er in beginsel de oorzaak van dat de overheid verantwoordelijk wordt voor de eerste aanleg de aanleg van een dergelijk collectief goed.

      Kortweg: De aansluiting bij de één, doet de transactiekosten van de ander afnemen, waardoor die ander meer mogelijkheden krijgt van de markt (voor Mijnwater) gebruik te maken. Dit zijn externaliteiten doordat een netwerk groeit.

      Dus beleidsmatig is het heel belangrijk om te zien hoe vanuit de huidige aansluitingen nieuwe gebruikers gevonden kunnen worden. Dus van CBS-nieuw naar CBS-oud (ombouw tot verticale tuinderij voor Licom/Mondriaan/Relim), naar het Maankwartier (jouw voorstel) etc. en zo als een slinger door de stad.

      groetjes,

      Simon

  4. Simon Says:

    Oh ja!

    Het boek van Harvey Rosen, Public Finance, is denk ik een boek dat je veel voordeel kan opleveren. Zeker voor je blog. En Richard Florida volgen via Twitter is ook een goudmijn voor je interesses, denk ik.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: